HENS/REVABO manoeveert en ontgint

Rudi Pauwels (Brasschaat 2012) verwijst op de gemeenteraadszitting van augustus 2019 naar het besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juli 2019 omtrent de vergunningsaanvraag van NV Revabo met betrekking tot een zandwinning en TOP (tijdelijke opslag plaats) gelegen in Brasschaat, Brechtsebaan. Hij merkt op dat men in dit besluit rekening houdt met het advies van het college van burgemeester en schepenen van 26 april 2019. Hij vraagt hoe het college het besluit van de deputatie beoordeelt en wat de strategie van het bestuur is om dit besluit te doen toepassen en het te handhaven. Schepen Van Honste merkt op dat er ondertussen beroep werd aangetekend tegen dit besluit. Het is dus nog even afwachten. Ze wil toch enige duiding geven bij het dossier. In de jaren ’70 werd gestart met de zandontginning. Er werd een vergunning afgeleverd in 1976. Begin jaren 2000 werd een tijdelijke vergunning afgeleverd mits er een nabestemming zou worden gerealiseerd. De tijdelijke stedenbouwkundige vergunning betrof de zandwinning. Er is nadien een procedure gestart waarbij de tijdelijke vergunning werd vernietigd. In navolging van het vernietigingsarrest leverde de minister op 8 februari 2017 opnieuw een milieuvergunning af voor het verder exploiteren en veranderen door uitbreiding van een inrichting voor de zandwinning en een TOP met voorwaarden. Voor de verwerking van bouw- en sloopafval en de betoncentrale en breker werd de vergunning geweigerd. In 2017 werden bestuurlijke maatregelen getroffen. De vergunning werd vernietigd, onder meer voor de activiteiten van de betoncentrale en de opslag. De milieustakingsvordering werd bevestigd. Op 13 april 2018 werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij de provincie. Deze aanvraag werd in eerste instantie onvolledig verklaard aangezien een aantal essentiële gegevens ontbraken. De aanvraag werd aangevuld, en was het voorwerp van een advies van het college. De nieuwe aanvraag betrof de zandwinning en opslag, in zoverre gericht op de ontginning. Daarbij werden ook een aantal bijkomende zaken gevraagd zoals een zeef-, een breek- en een menginstallatie, een weegbrug, bureelcontainers voor onder meer labo’s, een stelplaats voor voertuigen, en een opslagplaats voor zo’n 68.000 m2. Het college heeft de bestendigde deputatie een advies verleend voor die aanvraag. Het advies was de TOP-opslag in functie van de ontginning te zien, met een stapsgewijze opvulling van de put en dat in functie van de nabestemming. Er werd gevraagd een jaarlijks voortgangsrapport te voorzien. Er werden bijkomende beperkingen voorgesteld. Het college stelde ook dat al de andere activiteiten die worden aangevraagd naast de zandwinning en opslag van uitgegraven bodem onvergunbaar zijn en uit de vergunning dienden te worden gesloten. De deputatie is het bestuur hierin gevolgd: met name een vergunning voor 19 van 26 zandwinning en voor top- opslag, maar dit slechts in functie van de zandwinning. De tussentijdse opslag werd geweigerd. Er mag ook geen extern aangevoerde bodem worden opgeslagen. Er is nu beroep aangetekend tegen de beslissing van de deputatie. Ze vervolgt dat inzake de handhaving er verschillende partners zijn betrokken. Het betreft enerzijds milieuhandhaving, klasse 1 waarvoor de gewestelijke milieuinspectie bevoegd is. De gemeentelijke ambtenaar kan enkel waarnemingen doen, bijvoorbeeld na een klacht. In verleden ging de handhavingsambtenaar ter plaatse, en maakte een verslag van de vaststellingen op. Dat werd dan in functie van de vaststellingen bezorgd aan de bevoegde handhavingspartner, zoals OVAM, de burgemeester of politie en parket. De handhaving vergt alleszins een samenwerking tussen alle partners. Vandaag is het alleszins wachten op de beslissing van de bevoegde minister, die het ingediende beroep moet behandelen. om zelf in beroep te gaan. Schepen Van Honste antwoordt dat men in deze de procedures moet volgen. Rudi Pauwels mist het wettelijk vereiste milieueffectenrapport. Daarover staat niets meer vermeld. Er is ook geen sprake van een herinrichting van het eerste perceel C4 en 5. Hij merkt op dat de vergunning al eindigde in de jaren ’90. Hij merkt tevens op dat men niet overgaat tot herstel van de grond als landbouwgrond. Nochtans is dat zo voorzien. Schepen Van Honste merkt op dat dit inderdaad moet gebeuren. De eindbestemming is agrarisch gebied en dat uiterlijk tegen 2026. Er was een voortgangsrapport voorzien in het advies en de deputatie heeft dat voorstel overgenomen.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *